Vrijdag, 2 juli 2010
Alleen door intensieve samenwerking maak je het verschil; maatschappelijk verantwoord inkopen doe je samen.
‘De schoonmaakbranche maakt vies’, zegt men wel eens gekscherend in schoonmaakland. Met andere woorden: de schoonmaakbranche zou haar maatschappelijke verantwoordelijkheid niet altijd serieus nemen. Hoe kunnen schoonmaakbedrijven ervoor zorgen dat zij naast schoonmaken ook ‘schoon’ handelen? Marc Prins, senior consultant inkoop bij DPA Supply Chain, beantwoordt zeven vragen over maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) in de schoonmaakbranche.

Als inkoopprofessional houdt Marc Prins zich vooral bezig met inkoopvraagstukken bij overheidsorganisaties. Zijn opdrachtgevers vragen hem veelvuldig om advies bij het vormgeven van een maatschappelijk verantwoord inkoopbeleid binnen hun organisatie. ‘Ze moeten wel’, zegt Prins. ‘In 2010 moet de hele overheid maatschappelijk verantwoord inkopen. Dat is een mooi streven, niet in het minst omdat de overheid zelf een grote markt is. Dat geldt ook voor schoonmaakbedrijven. Ga maar eens na wat er allemaal aan schoonmaakpersoneel rondloopt in regeringsgebouwen. Ook schoonmaakbedrijven zullen dus aan die norm moeten gaan voldoen, willen ze de overheid als opdrachtgever houden.’
Wat verstaat u onder maatschappelijk verantwoord inkopen?
‘Het afwegen van het commercieel belang tegen het maatschappelijk belang. Dat klinkt heel abstract, maar dat is in feite wat je doet als inkoper. Praktisch voorbeeld: koop je leaseauto’s die het milieu minder belasten, maar eigenlijk het budget overstijgen qua inkoopprijs? Als ze uiteindelijk ook tot dezelfde of lagere kosten leiden, dan wel. Is dit niet het geval, zijn er dan andere duurzame voordelen die opwegen tegen de hogere kosten? Dat soort ‘grote’ overwegingen moet je meenemen in je beleid, wil je een verschil maken.’
Waar kan de schoonmaakbranche nog een slag maken?
‘Zij kunnen zich nog beter realiseren dat MVI niet alleen draait om duurzame verpakkingsmaterialen en dierproefvrije schoonmaakmiddelen. Dat geldt overigens voor meer branches. MVI omvat meer dan milieueisen alleen. Zeker voor de schoonmaakbranche denk ik dat het van belang is dat het sociaal beleid op orde is. Hier kan gekeken worden naar goede arbeidsvoorwaarden, het weren van zwartwerkers en het creëren van social return.
Er zijn bijvoorbeeld bedrijven die in hun offerte 5% van de opdrachtsom reserveren voor het inrichten van stage- en leerwerkplekken en zelfs banen voor mensen uit hun directe omgeving. Zo scheppen ze arbeidsmarktlang kansen voor mensen die moeilijk aan de slag komen en op termijn plukken ze hier ook zelf financieel de vruchten van: de mensen die zij aan het werk helpen, zijn doorgaans een stuk minder duur dan hun reguliere werknemers.’
Hebben ‘stickertjes’ zoals een sustainable cleaning-keurmerk wel zin?
‘Ze zeggen niet alles, maar er moet toch een referentiepunt zijn. Met bijvoorbeeld het verplicht stellen van een ISO-certificering aan jezelf en je leveranciers geef je zeker een duidelijk signaal
af aan de klant.’
Wat moet er gebeuren om MVI te laten slagen?
‘Het is belangrijk dat de top van een organisatie zich bewust is van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid en ook een duidelijk maatschappelijk verantwoord beleid heeft. Niet alleen voor de eigen werknemers, maar ook voor andere stakeholders. Met alleen een intern duurzaamheidsprotocol bereik je te weinig. Een mooi voorbeeld in dit verband is de Engelse shampooproducent Boots die enorm had geïnvesteerd in het reduceren van hun CO2-uitstoot. Achteraf bleek dat hun hardbevochten duurzame maatregelen over het geheel maar weinig uitmaakten. Degenen die pas echt CO2-uitstoot veroorzaakten, waren de afnemers van de shampoo: het gebruik van warm water bleek de grootste carbon footprint in de productiecyclus van de shampoo. Boots heeft toen door middel van advertenties consumenten opgeroepen één minuut minder te douchen en minder heet water te gebruiken, ook omdat dat beter is voor het haar. Zij hebben het principe van de “groene” supply chain in dit geval heel goed begrepen. Zij keken naar alle stakeholders, spraken diegenen aan die het verschil konden maken, maar namen zelf het voortouw.’
Waar kan de schoonmaakbranche het verschil maken?
‘Door ook naar de gehele keten te kijken. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat ze de bedrijven waar zij voor werken, adviseren over hun afvalbeleid. Het afval dat zij namelijk opruimen, moet ergens heen. Je kunt dat bij je opdrachtgever laten liggen, maar je kunt ook je verantwoordelijkheid als schoonmaakprofessional nemen. Ook het vervoer van werknemers en voorraden lijkt me een punt waarop sommige schoonmaakbedrijven “groener” kunnen worden. Het voornaamste is dat je hier met alle betrokkenen afspraken over maakt, dan kun je gericht gaan sturen.”
Is de economische crisis een belemmering voor MVI?
‘Uit ons recente onderzoek blijkt helaas van wel. Ik zeg helaas, omdat het niet nodig is. Integendeel, een maatschappelijk verantwoord inkoopbeleid kan zelfs kosten besparen. Denk aan een halflege vrachtwagen, onnodig veel verpakkingsmaterialen of een boete vanwege een “foute” leverancier.’
Is er licht aan het einde van de tunnel?
‘Zeker. Het feit dat de overheid zichzelf de MVI-norm oplegt, noopt en stimuleert toeleveranciers zich te beraden op hun inkooppraktijken. En vergis je niet, ook vanuit het bedrijfsleven is de druk groot. Ook al is dat natuurlijk deels voor de PR. Ach, nou en, denk ik dan. Het gaat toch om het resultaat?’
Barbara van der Woude werkt bij Coebergh Communicatie & PR, Amsterdam
| < Vorige | Volgende > |
|---|
| Kostenbesparing |
| Inkoop Intelligence |
| Contractmanagement |
| Crediteurenanalyse |
______________________
______________________
______________________